Nieuws

Twee buren, twee vormen van veerkracht

Erfgoed is geen teer vaasje dat je achter glas bewaart. Het is geen stilstaand beeld uit het verleden, maar het leeft en beweegt mee met de tijd. Gebouwen die de eeuwen trotseren zijn zelden onveranderd
gebleven; ze zijn meegegroeid, aangepast en opnieuw uitgevonden. Daarin schuilt juist hun kracht, in het vermogen om zich steeds opnieuw aan te passen aan nieuwe omstandigheden.

De waarde van erfgoed zit niet alleen in de schoonheid van de gebouwen zelf, maar ook in de verhalen die de gebouwen met zich mee dragen en die ons verbinden met het verleden. Met de mensen die hier eerder woonden en werkten, hier eerder leefden.

Ook alledaagse winkelstraten zitten vol met zulke verhalen. Want interieurs maken plaats voor nieuwe concepten en functies veranderen, maar de verhalen blijven. Je moet alleen iets beter kijken. Dan zie je dat indrukwekkende geschiedenissen schuilgaan achter de gevels. Geschiedenissen van families en ondernemingen, van leven in andere tijden.

Midden in het levendige winkelhart van Haarlem staan twee buren die op het eerste gezicht nauwelijks méér van elkaar kunnen verschillen: drogisterij Van der Pigge aan de Gierstraat en het voormalige warenhuis van V&D. De één klein en eigenzinnig, de ander groots en volop aanwezig. Ze laten allebei op hun eigen unieke manier zien hoe erfgoed kan stand houden en dat veerkracht verschillende
gezichten kan hebben.

Van der Pigge is het verhaal van onveranderlijkheid als strategie. Weliswaar onbedoeld, maar toch. Toen Anton van der Pigge in 1849 zijn ‘Affaire in Droogerijen’ opende, was het een eenvoudig winkeltje met getimmerde kasten, stopflessen en tonnetjes. En toen in de jaren twintig van de 20e eeuw grootwinkelbedrijf Vroom & Dreesmann een heel huizenblok opkocht om een modern warenhuis te bouwen, weigerde de
nieuwe eigenaar Van Os zijn pand te verkopen. Niet uit nostalgie, maar uit zakelijk instinct.

Het warenhuis werd eromheen gebouwd en het resultaat is tot op de dag van vandaag zicht baar: een klein, oud pandje, omsloten door een moderne reus. Een van de meest bijzondere stadsgezichten van Haarlem.

Die koppigheid bleek een goede strategie. Het oorspronkelijke interieur uit 1849 staat er nog steeds: de groen geschilderde kasten, de toonbank, de opgezette krokodil en de zeeslangen uit de verzameling van Anton van Os. Niet als museumstuk, maar als levende winkel. Juist de weigering om mee te gaan in de modernisering van de stad heeft Van der Pigge gemaakt tot wat het nu is: een authentiek concept dat naadloos aansluit bij wat de hedendaagse consument zoekt. Zo werd, onbedoeld, het beschermen van erfgoed de beste strategie voor de toekomst.

Het voormalige V&D-pand vertelt een ander verhaal. Ontworpen door Jan Kuijt en geopend in 1934, was het een toonbeeld van een modern winkelbedrijf: groot, vooruitstrevend en gebouwd met vertrouwen in de toekomst. Decennialang was het een centraal punt in de stad. Maar na het faillissement van V&D in 2015 verloor het gebouw zijn functie. Pogingen tot herstart bleken tijdelijk en het lege pand bleef achter als een verzameling herinneringen. Inmiddels wordt er hard gewerkt aan een nieuwe bestemming van het gebouw, een mix van wonen, werken en winkelen. En daarmee aan een nieuwe toekomst.

Deze twee buren gingen totaal verschillend om met verandering. En het is misschien wel juist het contrast dat dit stukje Haarlem zo bijzonder maakt. Veerkrachtig erfgoed kent geen vaste formule. Soms zit het in de weigering om te veranderen. Soms in het vermogen om een nieuwe bestemming te vinden, zonder de ziel van een pand te verliezen. Laten we hopen dat deze twee, elk op hun eigen manier, tot in de eeuwigheid naast elkaar blijven staan.

Deel dit nieuws